(Marleen - 7 maanden geleden)Fons kwam op 13 december, een half jaar oud, bij ons wonen. Een speelse, lieve, fantastische kater. In februari een check gehad bij de dierenarts: helemaal op gewicht en in blakende gezondheid. In maart merkte ik dat hij wat minder speels was , maar nog altijd even lief. Ik dacht dat hij wat zinniger was met eten, maar at nog wel. Op 24 april zag ik dat hij moeite had met ademen. Daarop meteen maar even naar de dierenarts gegaan. Daar bleek dat het niet goed was en ze de volgende dag met rontgenfoto’s Zouden moeten uitzoeken wat het was. Hij kreeg een ontstekingsremmer en ‘s avonds had ik het idee dat het wat opknapte, wat me hoop bood. 25 April werd een inktzwarte dag. Op de rontgenfoto’s Bleek Fons rondom zijn longen een hoop vocht te hebben. Gezien zijn toestand werd meteen de diagnose gesteld: FIB. Het was een kwestie van bepalen wanneer ik hem wilde laten inslapen. Waar ik de week daarvoor nog een fantastische kat had, moest ik nu ineens binnen 24 uur beslissen over zijn lot. Eigenlijk was het lot al bepaald: FIB zou 100% dodelijk zijn en zijn toestand zou snel verslechteren. Waar ik eerst nog dacht dat ik hem mee naar huis zou nemen om daar in te laten slapen, zag ik dat iedere ademhaling hem ontzettend veel moeite kostte, zelfs in de zuurstofkooi. Hij ruste zijn kop op m’n hand: hij was doodop. Hem nog meenemen naar huis zou egoïstisch geweest zijn. 25 April, 14.05 uur. Dat was het dan. Hij is rustig ingeslapen. Ik ben er kapot van en begrijp het nog steeds niet. Volgens de dierenarts is FIB domme pech. Maar waarom moest Gons nou juist die pech hebben? Hij heeft niet eens 1 jaar mogen worden.