(KMF - 16 dagen geleden)MARINIERS VERHALEN EN ANEKDOTES Van Deta-boy tot Marinier Van Burger tot Marinier…… In Manokwari moet ik me melden in het Marinierskamp bij de Officier van Administratie (meneer Balljui). Daar kregen we de reis opdracht om per Catalina naar Biak af te reizen. De Cat was volgeladen met groenten en fruit uit Manokwari. Tijdens de reis zag ik de stuur kabels zo voor mijn neus heen en weer gaan, en wat was het koud onderweg. Op Boroekoe aangekomen gingen we per DAF truck naar het kamp, op de base onder aan de ridge. De eerste dag al “Baris Tempeh”, achter elkaar lopen naar de kapper, naar de foerier, naar alle kantoren, dan naar de ziekenboeg. Ademhalen, geklop op je lichaam, gebukt gaan staan en dokter, hij “kijk achterin”. Tegen mij zegt hij: “Goed Voor aardbeien”, daarna bloed afnemen en door naar de “hersenentest”. De dokter laat veel platen zien met inkt afdrukken die seksistisch uitzagen en wij zeggen met een stalen gezicht; “een vlinder”, “een boot”. Eén keer bijna verkeerd gezegd en hij vraagt opnieuw. “Multiple choice” raden, als niet A, als niet B, wat is het dan? Als je slim bent, dan zeg je C. Maar sommigen “nambeng” (eigenwijs) en zeggen B. Tegelijk “eruit”, afgekeurd. Grote namen, als Beeldsnijder van de Comptabiliteitsschool en HBS, allemaal naar huis gestuurd. Dus wij, de anderen, lachen dom en zeggen: “Onze school, HS School, afkorting van Hollandse Chinese school. “OK”, zegt de Sergeant (vroeger kon hij zelf niet meekomen op de lagere school, maar is nu wel SERGEANT). Hij vraagt mij: “Wat zijn de twee gelukkigste jaren in je leven?” ..... Mijn antwoord: “In de tweede klas, Sergeant”. En toen kon ik de helm opzetten en de Dungarees met leggings aandoen. Hiervoor echter moesten we eerst in burgerpak voor het commandements gebouw aantreden. Eén voor één werd de naam afgeroepen en ik weet nog dat ongeveer 1500 uur Nieuw-Guinea tijd, ik mijn handtekening zette (27 jaar later zette ik weer een handtekening, maar dan voor mijn ontslag) voor de tijdsduur van 6 jaar. Kon daarna weer naar buiten en moest wachten op de volgende die in de gelederen aanschoof. Kolonel Honig kwam er aan en hij had een paar ogen, die dwars door je heen keken. Voelde tenminste in mijn achterhoofd “kejoetketjoet”. Hij vroeg aan mij wie ik was en ik antwoordde: "Bruininga, meneer” en zo ging hij het rijtje langs tot dat hij bij Hannes MacMootry kwam. Deze sprong in de houding en zei: “Marinier 3, MacMootry, Kolonel". Nou kregen we direct niks anders dan piepjes..... te horen. “Jullie zijn piep, piep, piep....., vergeet dat piep, piep, piep..... niet, er is er maar één piep, piep, piep....., die weet wat hij heeft gedaan, piep, piep, piep....., kwam als burger in het gebouw en kwam er als piep, piep, piep..... Marinier uit piep, piep, piep.....piep. Nou we hebben het geweten en in de barak hebben we daarna de planken onder het matras van MacMootry weggehaald. Piep, piep, piep..... piep, maar deze Hannes MacMootry was een Marinier in hart en nieren. Loyaal naar boven, maar vooral ook naar beneden. Later auteur van het boek "In dienst bij het Korps Mariniers” (27,50 Euro bij de boekhandel......... Wij worden echte Mariniers.... denken wij..!! John Bruininga